Welke maat kinderfiets past bij je kind?
Je weet hoe oud je kind is, maar kinderfietsen worden verkocht per wielmaat. In de tabel hieronder zie je welke maat bij welke leeftijd en lengte hoort. Daaronder staat de voetentest, waarmee je zeker weet of de fiets past.
Maattabel
De leeftijd is maar een richtlijn. Kinderen van dezelfde leeftijd kunnen flink in lengte verschillen. Weet je de binnenbeenlengte, gebruik die dan. Je meet van de grond tot het kruis, met de schoenen aan waarin je kind fietst.
| Wielmaat | Leeftijd | Lichaamslengte | Binnenbeenlengte |
|---|---|---|---|
| 12 inch | 2 tot 3 jaar | 85 tot 100 cm | 35 tot 42 cm |
| 14 inch | 3 tot 4 jaar | 95 tot 110 cm | 40 tot 47 cm |
| 16 inch | 4 tot 6 jaar | 105 tot 120 cm | 45 tot 55 cm |
| 18 inch | 5 tot 7 jaar | 115 tot 130 cm | 50 tot 60 cm |
| 20 inch | 6 tot 8 jaar | 120 tot 135 cm | 55 tot 65 cm |
| 24 inch | 8 tot 11 jaar | 135 tot 150 cm | 63 tot 73 cm |
| 26 inch | 10 tot 13 jaar | 145 tot 160 cm | 70 tot 80 cm |
Zit je kind tussen twee maten? Kies de kleinste. Op een fiets die te groot is, leert een kind vooral afstappen.
De voetentest
Zet je kind op het zadel, met het zadel in de laagste stand.
- Staan beide voeten plat op de grond? Dan past de fiets. Je kind kan zelf stoppen en opstappen, en dat geeft vertrouwen.
- Komen alleen de tenen bij de grond? Dan is de fiets nog te groot.
- Zijn de knieën sterk gebogen? Dan is de fiets te klein. Kijk of het zadel omhoog kan. Lukt dat niet, neem dan een maat groter.
Leert je kind net fietsen, zet het zadel dan gerust wat lager. Met de voeten bij de grond kunnen is dan belangrijker dan makkelijk trappen.
Waarom een maat groter geen goed idee is
Veel ouders kopen een maat groter, zodat de fiets langer meegaat. Dat is begrijpelijk, maar een fiets die te groot is werkt tegen je kind:
- Het kan niet zelf stoppen en durft daardoor niet alleen te fietsen.
- Het kan niet remmen zonder van het zadel af te komen.
- Het laat de fiets liever staan.
Het zadel kan meestal vijf tot tien centimeter omhoog. Daarmee groeit de fiets een paar jaar mee. Het frame groeit niet mee.
Van zijwieltjes naar zelf fietsen
Met zijwieltjes leert een kind trappen, maar niet zijn evenwicht bewaren. Op een loopfiets is het andersom: je kind leert balanceren zonder te trappen, en dat is het moeilijkste deel.
Kinderen die op een loopfiets zijn begonnen, fietsen vaak rond hun vierde meteen zonder zijwieltjes. Heeft je kind zijwieltjes? Haal ze eraf op een grasveld met een kleine helling. Zet het zadel zo laag dat je kind met de voeten kan bijsturen, en laat het eerst een stukje rollen voordat het gaat trappen.
Terugtraprem of handrem
Kinderfietsen tot ongeveer 16 inch hebben meestal een terugtraprem. Je kind remt door achteruit te trappen, en dat snappen kleine kinderen snel.
Vanaf 20 inch zitten er ook handremmen op. Kijk of de handen van je kind om de remhendel passen en of het hard genoeg kan knijpen. Dat verschilt veel per kind. Bij veel fietsen van deze maat kun je de hendels dichter naar het stuur zetten.
Veelgestelde vragen
Mijn kind is 6 jaar. Welke maat past? Meestal 16 of 20 inch. Is de binnenbeenlengte korter dan 55 cm, neem dan 16 inch. Is die langer, neem dan 20 inch. Doe voor de zekerheid de voetentest.
Kan ik een maat overslaan? Liever niet. Elke wielmaat hoort bij een bepaalde beenlengte. Sla je een maat over, dan fietst je kind een paar jaar op een fiets die niet goed past.
Hoe lang gaat een maat mee? Twee tot drie jaar, afhankelijk van hoe snel je kind groeit. Het zadel kan mee omhoog, het frame niet.
En als de fiets net niet past? Kies dan de kleinere maat. Daarop leert je kind fietsen. Een fiets die te groot is, blijft vaak in de schuur staan.